alles over AI op de werkvloer
AI op het werk

De vier leerdoelen van AI-geletterdheid, en hoe je ze vastlegt

De AI-verordening zegt dát je mensen AI-geletterd moeten zijn, maar niet hoe je dat aanpakt. Er is geen voorgeschreven lesplan. Wel is uit de wettekst en de toelichting van de Europese Commissie een duidelijk minimum af te leiden, en dat heb ik hieronder gezet, met per onderdeel wat het concreet betekent en hoe je bewijst dat je het hebt gedaan.

Deze pagina is bedoeld om zelf mee aan de slag te gaan, ook handig als je mijn training niet afneemt.

Leerdoel 1: begrijpen wat AI is en hoe het werkt

Je mensen moeten genoeg van de werking snappen om te kunnen inschatten wat ze wel en niet kunnen verwachten. Niet op technisch niveau, wel op werkniveau.

Het punt dat je hier moet raken: een taalmodel voorspelt wat een plausibel antwoord is, het weet niet of iets waar is. Wie dat eenmaal doorheeft, gaat vanzelf anders kijken naar wat er uit komt. Wie het niet doorheeft, gelooft de eerste zin.

Wat je vastlegt: dat dit onderwerp behandeld is, met welke voorbeelden.

Leerdoel 2: weten wat je organisatie is in deze wet

Dit is het onderdeel dat vrijwel overal ontbreekt, en het is juist het onderdeel dat over jóu gaat als organisatie.

De verordening kent twee rollen die voor de meeste bedrijven relevant zijn. Je bent gebruiker zodra je AI inzet in je werk. Je wordt aanbieder zodra je zelf een AI-systeem op de markt brengt of onder je eigen naam aanbiedt, en dat kan sneller gebeuren dan je denkt: bijvoorbeeld als je een assistent of chatbot bouwt die je klanten laat gebruiken.

Aan die twee rollen hangen verschillende verplichtingen. Je mensen hoeven de wet niet uit hun hoofd te kennen, maar iemand in je organisatie moet weten in welke rol jullie zitten en wanneer dat verschuift.

Wat je vastlegt: in welke rol jullie zitten, en wie dat bewaakt.

Leerdoel 3: de risico's van je eigen systemen kennen

Niet de risico's van AI in het algemeen, maar die van de tools die jullie gebruiken, in het werk dat jullie doen.

Dat gaat over drie dingen. Wat er misgaat als een antwoord fout is en toch gebruikt wordt. Wat er gebeurt met de gegevens die je in een AI-tool zet, en welke gegevens er dus niet in horen. En hoe je output beoordeelt voordat je erop handelt, wat de verordening letterlijk noemt als onderdeel van geletterdheid.

Wat je vastlegt: welke tools jullie gebruiken en welke afspraken er gelden over wat je erin zet.

Leerdoel 4: afgestemd op rol en context

De verordening vraagt uitdrukkelijk dat je rekening houdt met de technische kennis, de ervaring, de opleiding en de werksituatie van je mensen. Eén algemene uitleg voor de hele organisatie voldoet dus niet aan wat er gevraagd wordt, hoe netjes het certificaat er ook uitziet.

In de praktijk betekent het dat je onderscheid maakt. Iemand die AI gebruikt om teksten te schrijven heeft andere kennis nodig dan iemand die er personeels- of klantbeslissingen mee voorbereidt. Die tweede zit dichter bij de zwaardere delen van de wet.

Wat je vastlegt: welke groepen je onderscheidt en welke training elke groep heeft gehad.

Weet je niet hoe je die groepen moet indelen? De Beproeving geeft per persoon een kleur band. Laat je team de test doen en je hebt de verdeling zwart op wit, plus een nulmeting voor je register.

Hoe maak je het aantoonbaar?

Een interne registratie volstaat. Geen certificaat of externe keuring.

Wat erin hoort:

  • wie eraan meedeed, met datum
  • in welke rol of functiegroep die persoon zit
  • welke onderwerpen zijn behandeld, herleidbaar naar de vier leerdoelen hierboven
  • welke tools en afspraken binnen jullie organisatie gelden
  • wanneer je het opnieuw bekijkt

Dat past op één A4 per training. Het houdt geen enkele rechter tegen als je verder niets doet, maar het is wel precies waar de Commissie naar verwijst als bewijs van inspanning.

Wat ik lever

Bij een teamtraining van de Prompt Dojo krijg je na afloop een deelnameverslag dat je zo in je eigen registratie kunt bewaren: wie deed mee, welke onderwerpen zijn behandeld en hoe die zich verhouden tot de vier leerdoelen. Omdat ik op locatie met jullie eigen werk train, is de rol-en-context-eis meteen ingevuld.

Wat ik niet lever is een certificaat, en dat is een bewuste keuze. De wet vraagt er niet om, en ik verkoop je liever iets dat je mensen echt kunnen dan een papiertje dat vooral geruststelt.


Waar dit op gebaseerd is

Ik verwijs liever naar de wet zelf dan dat je mij op mijn woord moet geloven.